Jaargang 34/5

EUR 7,00

DE CLERCQ Lien en Joris NAUWELAERTS – Een stedelijke arena van steen en beton: de verschillende gedaanten van het Gentse wintercircus

Door sommigen opgehemeld, door anderen verguisd. Het Gentse wintercircus, nog maar pas een eeuweling geworden, laat geen Gentenaar onberoerd. Het gebouw, opgetrokken op het einde van de 19de eeuw, is één van de laatste stenen circusgebouwen in Europa maar ook één van de eerste constructies in gewapend beton. Na de Tweede Wereldoorlog werd er een garage ondergebracht en ging het circusinterieur volledig verloren. Aan de lange leegstand komt binnenkort een einde. Het Gentse wintercircus, een gebouw met vele gedaanten, zal opnieuw in gebruik worden genomen. Lynn De Clercq en Joris Nauwelaerts reconstrueren de rijke geschiedenis van deze stedelijke arena en bieden een blik op haar toekomst.

VANNESTE Pol – Wederopbouw van dorpskerken tussen Diksmuide en Nieuwpoort. Oorlogstrauma en kunsthistorische erfenis

"Ene uitgestrekte verwarde woestijn." Zo zag de streek tussen Diksmuide en Nieuwpoort, die op de frontlinie lag, er uit na de Eerste Wereldoorlog. Hoe men in de jaren 1920 met de oorlogsruïnes en de verwoeste dorpen omging, wordt minutieus en gebaseerd op archieven, plannen en foto’s beschreven door Pol Vanneste. De opties tot wederopbouw, historiserende reconstructie, heropbouw op een andere plaats of nieuwe architectuur – omwille van het oorlogstrauma vaak geïnspireerd op de traditionele architectuur - waren vrij uiteenlopend en werden duidelijk gestuurd door de Koninklijke Commissie voor Monumenten, al was de stem van de plaatselijke overheden ook niet onbelangrijk.

DE KOSTER Heleen en Hilde HEYNEN – De Aérogare 58. Theatraliteit en spektakel

Hoe de Aérogare uit de bruisende expo 58-jaren werd geconcipieerd met onmiskenbare spektakelwaarde en theatraliteit, wordt opgeroepen door Heleen De Koster en Hilde Heynen op basis van nieuw archiefonderzoek en interviews met de betrokkenen. Interieur en meubilair waren zorgvuldig uitgekozen en evolueerden later volgens de nieuwere mode en stijlen. Omdat er buiten het ‘karkas’ eigenlijk weinig concreets van bewaard bleef, is deze getuigenis des te belangrijker. Omwille van deze opeenvolgende gedaantes is het formuleren van een restauratieoptie voor deze transithal extra uitdagend.

MOERMANS Kathleen, VRELUST Jef en Maarten VAN DIJCK – De restauratie van de Stuckenholz-handkraan in Antwerpen

Technologie evolueert aan een indrukwekkende snelheid en zo geraakten de tot de verbeelding sprekende mastodonten op de kaaien in onbruik. Het Antwerpse stadsbestuur besloot om één kraan van elk type te bewaren als industrieel en technologisch archief, als onderdeel van de collectie van het MAS. De oudste maar krachtigste handbediende tientonskraan kwam als eerste aan de beurt en diende aldus als ‘proeftuin’ voor de restauratie van de andere kranen, zoals door Kathleen Moermans, Jef Vrelust en Maarten Van Dijck wordt uiteengezet.